Kloetloop: na het keerpunt komt de klap

Door Eric Molenaar 15-04-2007

Marathon Rotterdam wegens hitte gestaakt, warmterecord april gebroken, Nederland vroeg naar kookpunt. Zomaar wat koppen in de krant van 16 april 2007. Ik vond het net als de andere deelnemers behoorlijk warm toen ik die zonnige zondag aan de start stond van de Kloetloop in Grootebroek. Maar dat het zo warm zou worden - gevoelstemperatuur minimaal 25 graden - had ik niet verwacht.

Het werd een beproeving: een aantal van de 500 deelnemers liep de afstand waarop ze waren gestart niet uit. Ik wel, maar het lukte me niet vijftien kilometer te lopen zonder af en toe te wandelen. Met 1.15.36 mag ik mijn handen nog dichtknijpen.

Flesjes
Het gaat te ver om te schrijven dat ze de e van Kloetloop wel achter de t mochten zetten, maar het was zwaar. Een ding heb ik maar weer geleerd. Ga nooit nonchalant uit van de gedachte dat een organisatie wel voldoende waterposten zal hebben, maar neem voor de zekerheid een paar flesjes zelf mee. Zodat je wat kunt drinken op de momenten dat jij dat wilt. Hoe vaak heb ik dat niet gedaan? Maar nu wou ik zo nodig 'licht lopen'.
Het lijkt logisch, vanuit de organisatie gezien, om een waterpost op 5 kilometer te zetten, want aangezien de route over dezelfde weg terugging met een keerpunt op ongeveer de helft heb je dan op 5 én 10 km water. Maar toch was het psychisch en fysiek moeilijk te aanvaarden dat op het keerpunt geen water was. Ik kon op een gegeven moment aan niets anders meer denken.
En denk nou niet dat mensen langs de kant met sponzen of bekertjes klaarstaan. De Kloetloop is een behoorlijk eenzame loop. Niet alleen is het loperslint binnen de kortste keren zo uitgerekt dat je soms het idee hebt dat er maar een paar deelnemers zijn, maar ook de mensen langs de kant zijn op de vingers van twee handen te tellen. En als je het over aanmoedigende toeschouwers hebt volstaat een hand ook wel.

Niet piepen
Maar goed, maakt niet uit, je doet dit vrijwillig, dus niet piepen. Bij de start ging het er al direct ontspannen aan toe. Behoorlijk wat Loopgroep Hoorn leden, onder wie Mirjam Ruiter en Christel Brandhoff, van wie ik weet dat ze een beetje mijn tempo hebben, of iets sneller zijn. Ook zag ik Robin van Kalsbeek uit Hoogkarspel, die me eens vertelde dat hij regelmatig aan loopjes meedoet, maar die ik steeds over het hoofd had gezien.

In het voorbijgaan - letterlijk, na de start - zei hij mijn verhaaltjes regelmatig te lezen. ,,Ik lees je tijd wel'', hoorde ik hem nog zeggen terwijl ik op hem uitliep. Ja, mijn eerste kilometers gingen in een lekker tempo. Kilometer 1 liep ik 13,5 km per uur, maar dat takelde snel af. De volgende werd door mijn gps-horloge vastgelegd op 12,8, dan 12,5, 12,2, 12,4, 12, 12, 11,8, 11,7, 11,7, 10,7, 10,7, 9,6, 11,1 en 12,5.
Duidelijk is dat het vooral bedroevend werd na het keerpunt. Tot die tijd liep ik nog best goed. Dat zeiden Mirjam en Christel ook toen ik ze tegenkwam na het keerpunt, terwijl ik enkele honderden meters op ze was uitgelopen. Bemoedigend riep ik ze toe dat ook zij al over de helft waren.
Ik had dorst, maar voelde me verder goed. Ik fixeerde mijn aandacht op de waterpost die nog oneindig ver leek. Had minder oog voor de omgeving dan op de heenweg. Gelukkig had ik geen last van een opspelende peesaanhechting bij mijn rechter heup. Dat was waarschijnlijk te danken aan het feit dat ik er nu eindelijk eens tijdig aan had gedacht na een goede warming up te rekken door zo'n halve boog naar links te maken met mijn rechtervoet achter mijn linker enkel.
Steeds ontspande ik mijn handen en schouders. Rechts begon ik wat kramp in mijn bovenbeen te voelen. Beetje vroeg, met nog maar tien km op de teller.

Sportdrank
Vlak voor de drinkpost haalt Robin me in. Ik pak water en geniet er even wandelend van, net als ik op de heenweg deed, en begin dan weer te dribbelen. Robin geeft me wat sportdrank die hij over heeft. Dat is nu wel nodig, zegt hij. Dan loopt hij op me uit, steeds verder. Ik lees zijn tijd later wel, denk ik glimlachend. Het zou voor hem 1.13.43 worden. Zo zie je maar weer.
Ondertussen moet voor mij het ergste nog komen. Want de terugweg vanaf het keerpunt was er nog sprake van een welkom briesje. Net als op de heenweg naar het oosten. Maar ik weet dat op de laatste kilometers, voor de wind, de koeling minimaal zal zijn. Bij het tunneltje onder de vaart door - geen idee welke vaart - loop ik tergend langzaam. Het bedanken van de verkeersregelaar voelt als een behoorlijke extra inspanning. Ik voel dat mijn gezicht verkrampt is, maar ik krijg het niet meer ontspannen. Ik concentreer me op punten en bochten die ik binnenkort ga passeren. Maar dan houd ik het niet langer vol. Op bijna 13 kilometer moet ik even wandelen. Ik gun me even die rust, wat ik vrijwel nooit doe. Dribbelen is toch wel wat je minimaal moet doen, denk ik altijd. Al zijn er ook theorieen dat het geen kwaad kan op gezette tijden tijdens een trimloop te wandelen. Hoe het ook zij, op dat moment haalt John Temme me in. Ook iemand die mijn belevenissen regelmatig leest. Hij spreekt in het voorbijgaan de verwachting uit dat het wel een boeiende story zal worden. Nou, dat weet ik wel zeker, antwoord ik. En begin maar weer te lopen. Het gaat een stuk sneller, dat wel. Ik begin te denken dat ik John nog wel kan inhalen straks. Hij is nog in zicht en met een beetje mazzel zit er toch nog een eindsprint in.

Alweer
Dan slaat de hitte toe. Ik denk veel te veel na over de zwaarte van het lopen en moet bij 13,75 km alweer afhaken. Zestig meter wandel ik, dan dwing ik mezelf weer te beginnen. Het is nog maar ruim een kilometer denk ik, dat lukt altijd. En ik denk aan Mirjam en Christel achter me. Ik durf niet om te kijken, maar ze kunnen niet ver weg zijn en na John wil ik liever niet ook hun laten passeren. Dus ga ik weer. Met de moed der wanhoop richt ik me op de verkeersborden van de laatste rotonde die ik moet passeren. Daarachter ligt de atletiekbaan van SAV waar het ruim een uur geleden allemaal begon. We mogen gelukkig rechtdoor de baan op, die zachte rode ondergrond waar de laatste honderden meters zo heerlijk zacht weglopen. Ik versnel, en doe er nog een schepje bovenop als ik achter me Mirjam haar kinderen hoor roepen. Ik verbeeld me dat ik achter me iemand hoor sprinten en versnel nog eens. Dan ben ik er:  1.15.36.
Een duikje in de geschiedenis: de Kloetloop liep ik in 2000 in 1.16.36, in 2001 in 1.13.14 en op 26 januari 2003 - de eerste via de huidige route - in 1.10.58 (bruto 1.11.00)...

Uitputting
Terug naar 15 april 2007. Enkele seconden later (1.15.44) daveren Christel en Mirjam binnen. Precies wat ik dacht, die hadden de hele weg als een soort tandem een mooi vlak tempo gelopen en hadden nog wel verder gekund, vertelde Christel later. Dat was nadat ik met mijn gekregen flesje AA en mandarijn even tien minuten mezelf had teruggetrokken om zittend op het ereschavot van SAV (plaats 2 geloof ik) het gevoel van uitputting even te laten wegtrekken. Allemachtig, wat was ik kapot. Ik moest zelfs mijn hoofd op een arm steunen, sloot mijn ogen en kon ter plekke wel slapen.

Maar dan voltrekt het wonder zich. Na herstel is het tevredenheid die resteert. Onvoorstelbaar, dat het zo werkt. Het was uiteindelijk toch gelukt en het voelde lekker. John Temme (goed voor 1.14.55 )vertrouwde me toe dat hij me op dat 13 km-punt eerst niet had willen inhalen: ,,Want dan weet ik het wel, dan komt op het laatst die Molenaar-eindsprint en gaat-ie me weer voorbij.''
Dit keer dus niet John. Gefeliciteerd!

Eric Molenaar
www.molenaar.loopt.nl

> Lees hier de reactie van Petra Koomen.

 

 

disclaimer - Webdesign by Ferdy