Pump it up, you got to pump it up!

door Eric Molenaar07_01_362

Eenhoornloop, Hoorn, 13 november 2005.

Als gewoonlijk. Het begint bijna eentonig te worden. De dagen worden korter, de avonden vallen vroeg in, het spettert, je wilt nog wel eens een training overslaan, zeker als je het zo 'druk' hebt als ik. Dan denk je nogal eens: komop, een keer overslaan kan geen kwaad. Lekker thuis met een wijntje. Wie doet me wat. En dat is ook zo!

Ook al beperk je het aantal looptrainingen per week regelmatig tot een, dan kun je op je basisconditie nog op een redelijke manier 16 km afleggen! Dat weet ik uit ervaring, nu al weer jarenlang.
Dit keer werd dat weer bevestigd, onder fantastische weersomstandigheden! Kijk, op de Eenhoornloop van je eigen Loopgroep Hoorn kun je natuurlijk niet ontbreken. Dus had ik ingeschreven, voor de 16, dat wel. Dacht ik vorig jaar nog: halve marathon Amsterdam was 21, Halve marathon Egmond is straks 21, dan kan ik nu niet minder, dus doe ik 21, dit jaar vond ik juist het tegenovergestelde. Damtotdam was 16, halve marathon Amsterdam 21, dus is het nu weer tijd voor 16, en straks weer voor 21. Als een soort piramide, nee, een piramidelandschap! Ja, bij elke stelling heb ik wel een sluitende redenatie.

Hoe dan ook, het was dus heerlijk zonnig weer, dus er was geen enkele reden om thuis te blijven, zoals mijn collega Marcel Vermeulen ook zei. Hij had alleen de pech dat hij van huis was gegaan in zo godallemachtig veel kleding dat ik het al warm kreeg als ik naar hem keek. Twee thirts, lange broek, en het was nog wel 21 graden. Tenminste, bij mij in de achtertuin in de volle zon, dus dat zal wel niet de normale omgevingstemperatuur zijn geweest, maar toch voldoende hoog om mij thuis al te laten besluiten dat één tshirt en een korte broek meer dan voldoende zouden zijn. Voor de zekerheid had ik loopjasje en lange broek wel mee, maar dat was voor op de fiets en voor op de terugweg.

Dûûûûûs. Overal bekenden bij de start. Ik was eigenlijk iets te laat van huis weggegaan voor het mooie. Dat krijg je als je op de fiets tien minuten van de startstreep woont, dan word je nonchalant. Dus ging ik me om kwart over tien thuis eens aankleden terwijl om elf uur de start was. En ik nog moest douchen, en mijn gps-horloge van vers opgeladen batterijen voorzien, en fietsen, en mijn nummer halen, en inlopen. Béétje krap. Maar het lukte allemaal, en ik kon zelfs nog inlopen en rekken, voor om 11.00 uur het startschot viel.
Door het gps horloge kon ik prima zien hoe hard ik liep, en ik probeerde in elk geval onder de vijf minuten per kilometer te blijven. In de eerste honderden meters kwam ik zo veel bekenden tegen dat ik aan het kletsen blééf. En ik had ook de indruk dat ik een beetje snel van start ging. Want 4:22 per kilometer, tis misschien een beetje te veel van het goede voor iemand die 16 gaat lopen.
Afijn, ik kwam Ruud Groenhuijzen en Frank Smit tegen en liep er een tijdje mee op, kletsend, links en rechts mensen inhalend. Maar ze liepen al snel op me uit. En ik vond dat niet erg, want ik weet dat ze doorgaans op langere afstanden iets sneller zijn dan ik, en ik wilde me niet laten uitputten.
De 5 km passeerde ik volgens gps op 00:22:25, met een gemiddelde snelheid van 04:29 minuten per kilometer, dus dat is niet gek, misschien wel wat snel. Maar eerlijk is eerlijk, het 5 km bordje van de organisatie passeerde ik op 00:23:40, maar hoe dan ook, voor de eerste 5 van 16 is het misschien wat snel.
Ik had bewust geen flesjes meegenomen, wilde gewoon bij de verversingspost drinken, maar weet achteraf niet goed wat nou het beste is. Want voor de zestien stond er maar een verversingspost en die was op 5 km, het keerpunt voor de tien kilometer, en op de terugweg stond hij dus op elf km, en tussendoor had ik best een slokje gelust. Maar dat kon dus niet, ik schikte me in mijn lot. Keek eens om me heen, passeerde de onder water gezette ijsbaan met een paar zwanen en meerkoeten die het puur wat rustiger aan deden dan die lui op de dijk.
Het was, alwéér, supermooi weer, onverwacht. En de natuur jubelde links en rechts van de dijk. Voor mensen die het niet gewend zijn moet dit een prachtroute zijn! Het drinken ging trouwens prima. Niet stoppen, maar lopend drinken uit een plastic bekertje, het is niet mijn hobby, ik heb het wel eens in mijn neus gegoten en voelde me vervolgens een drenkeling, wat niet echt meehelpt als je een goede tijd wilt lopen. Maar dit keer had ik de slag te pakken. Rustiger lopen, slok nemen maar niet direct doorslikken, water in mond houden en vervolgens intern in mijn keel laten vloeien, dit nog een keer herhalen en je hebt twee flinke slokken zonder problemen binnen. Bekertje weggooien, klaar!

Don't you know pump it up, you got to pump it up, don't you know pump it up, you got to pump it up, dat liedje van de warming up bleef in mijn gedachten en bepaalde mijn cadans terwijl ik liep. Schieten me meestal wel meer liedjes te binnen, dit keer bleef het bij deze. Maar het was een lekker liedje om op te lopen, zelfs om te versnellen, want pump it up werkt in mijn beleving toch als een energizer.
Toch dacht ik bij de 8200 meter, althans volgens gps, maar het was op het keerpunt van de 16,1, dat ik toch echt wat rustiger aan moest doen omdat ik nog acht kilometer is gelijk aan veertig minuten verder moest. Mijn tijd was op dat moment 00:39:34 en ik kon dus maal twee 1.19.09 halen.... En mijn kilometertijd lag nog onder de 5 minuten, 4:58 om precies te zijn, dus gek ging het niet.
Niemand gelooft nu dat ik eigenlijk helemaal niet zo'n kilometertijdenfreak ben. Maar achteraf gezien is het wel grappig om dat uit je horloge te lezen, al word ik er op de zaterdagloopgroep mee geplaagd omdat het nogal een groot horloge is. Afijn, bij het keerpunt loopt Joost van Stralen (als ik me niet vergis) mij met gezwinde spoed voorbij. Knap hoor denk ik, en die bewondering word nog groter als blijkt dat hij bij het keerpunt rechtdoor gaat voor de 21. Onvoorstelbaar, iemand die zo loopt en ook nog de 21 blijkt te doen!
Ik loop ondertussen terug, zoveel mogelijk op de automatische piloot en dat lukt wonderwel. Vlak voor het binnenkomen van het dorp Schellinkhout worden we op de foto gezet. Ik lijk daar altijd zo oud op, vertelt een vrouw die ik eerder was gepasseerd en die mij nu hellingafwaarts voorbijgaat, om voor de rest van de wedstrijd vóór me te blijven. Ik wil iets grappigs terugzeggen, maar weet zo gauw niets.
Voor de tweede keer op de Dorpsstraat loop ik door een wolk houtkachelrook. Gezellig hoor jongens, effe stoken op de zondagochtend, Jullie zullen wel nooit weten dat wij het minder prettig vinden. Als frisse-luchtconsument. Korte stapjes de helling op bij het raadhuisje, dan achter die vrouw aan. Ik neem me voor haar in te halen op de baan richting eindstreep, maar stel dat nu nog even uit. We zijn tenslotte nog maar op de dijk. De oude windmolen, prent ik me in als doel. En daarna de windturbines. En dan de hoek. En zo voort.
Mijn benen beginnen voorbij de tien kilometer ietwat pijnlijker aan te voelen, maar niet veel. Dat geeft de burger moed, ook de ademhaling gaat perfecto. Don't you know pump it up, you got to pump it up, don't you know pump it up, you got to pump it up. Keer op keer moet ik er aan denken mijn schouders te ontspannen, en mijn handen, en te zwaaien met die armen.
Ik kijk minder om me heen dan het landschap verdient, loop nu wat minder gezellig en concentreer me helemaal op de lui die voor me lopen. Ik haal er ook nog een paar in, en niet de minsten. Dat geeft me meteen een soort bijgevoel, want vervolgens moet ik ze ook vóór blijven dus het geeft een extra druk. Maar: hoe sneller je loopt, des te eerder ben je ervan af, denk ik maar.
Helemaal in de verte zie ik Ruud en Frank lopen. Die haal ik dus niet meer in, vind het al heel wat dat ze nog in het zicht zijn. Ondertussen is de afstand tot de vrouw voor me zo ver uitgelopen dat een wandelaar met worsthondje besluit tussen ons in over te steken. Tergend langzaam loopt het hondje, en toch is hij al ruim voorbij als ik passeer, dus het gat is duidelijk nogal groot. Mijn voeten voelen wat pijnlijk aan, rechts lijk ik wel een blaartje te hebben.

Ik bereik het eind van de dijk, draai niet te snel de bocht om, gezien de bladeren op de weg. Dan gaat het hellingafwaarts, loopt lekker, maar mijn linker been is zo langzamerhand wel oranje gaan knipperen, als je groen als relaxed beschouwd, en rood als 'ik kan niet meer'.
Toch heb ik het gevoel dat het een stabiele situatie is dus ik buig licht voorover en loop armenzwaaiend vlot door. Hoe lang is het nog helemaal? Ik ga het redden. Ik passeer het 2 km punt ongeveer op het moment dat de winnaar van de 21 me voorbijschiet. Ben ik bijna met de 16 klaar, is de 21 nog sneller. Maar grinnikend bedenk ik me dat ik later altijd nog kan zeggen dat ik vlák achter de nummer een zat!
Links en rechts de verkeersregelaars groetend en bedankend, tenslotte zijn het ook nog merendeels mensen van mijn eigen club die vandaag vrijwillig van deelname hebben afgezien, maak ik me klaar voor de laatste bocht. Waar bochtbewaker John Temme me vraagt: 1.20? Ik versta 21, denk dat hij vraagt of ik 21 loop, en zeg: ,,Nee, 16!'' Lachend, want de latere winnaar van de 21 is net voorbij, dus hoe kan John nou denken dat ik 21 km loop en daar vlak achter zit? Maar nee, hij vraagt naar de reeds gelopen tijd. Ik kijk op mijn polsklok en roep ,,1:13 nogwat zitten we nu!''
Ik bedenk me dat mijn record op de tien Engelse Mijl 1:15:16 is, gelopen op deze zelfde Eenhoornloop in 2001, en dat ik dat nu in elk geval niet ga halen. Ik draai het fietspad in, het gaat niet vlot. De poort van de baan lonkt. Ik kan aan niets anders meer denken, mijn benen voelen niet meer zo veerkrachtig aan en ik loop voor mijn gevoel als een robot.
Daar staat trainer Bram Pannekoek, hij roept gelukkig niet dat ik die vrouw voor me nog wel even kan inhalen, zoals hij wel eens vaker oppept. Toch denk ik daar zelf nog wel even aan,als ik haar na de lange bocht zie op het laatste rechte stuk voor de finish. Maar ze is veel te ver uitgelopen en het enige wat ik nog kan is proberen te eindsprinten, zodat ik nog een béétje de indruk maak van een gezonde Hollandse jongen.
Na de streep, gepasseerd op 1:19:07 met een uiteindelijke gemiddelde kilometertijd van 4:50, pak ik m'n welverdiende AA en wandel nog even door. Intern tot rust komend, tot ik weer zover ben dat ik mensen te woord kan staan. Hee, bedenk ik me, geen last gehad van de linkerbeenblessures aan kuit en heup! Iedereen die nu over de finish komt heeft dezelfde gekwelde blik, die al snel plaatsmaakt voor een glimlach. Het is weer gelukt!
Dat ik later thuis zie dat ik eerdere Eenhoornlopen heb gedaan met 1:16:30 en 1:17:36 doet aan het voldane gevoel niets aan af. En dat mijn gps-horloge aangeeft dat ik 16100 meter heb gelopen in 1:17:56 is leuk, maar telt niet echt mee. Volgens dit precisieinstrument was het parcours in totaal 16400. Zou die omleiding via de Venenlaan dit jaar zoveel hebben uitgemaakt of heb ik te veel gezwalkt?

Eric Molenaar
www.molenaar.loopt.nl
 

 
disclaimer - Webdesign by Ferdy