Trainingstekort wordt afgestraft met brandende bovenbeenspieren


Amsterdam Marathon.08_01_248
door Eric Molenaar oktober 2005

21,1 km in 1 uur 49 minuten 43 seconden. Geen last van blessures. Ben ik blij? Ja ik ben blij. Want het is toch weer gelukt, terwijl mijn voorbereiding werkelijk nergens op leek.

Steeds ben ik van plan nu toch eens echt werk te gaan maken van lange duurlopen tussen de gewone trainingen door. Maar ik kom die zeldzame keer dat ik eens een grotere afstand loop nooit verder dan 13 kilometer, en dat is dan al veel voor mijn gevoel. Want ja, het kost ook tijd...
Kun je nagaan hoe mijn benen er over denken als ik ze gesel met nog eens acht kilometer extra? Ze hebben eigenlijk alle recht om hun poot stijf te houden en nu eens niet mee te werken aan het plan van de baas om weer eens een halve marathon te doen. Want die baas denkt maar dat het vanzelf gaat, omdat-ie het vaker heeft gedaan. Omdat hij zo regelmatig traint dat hij meent het op zijn basisconditie wel te redden. Huh, het mocht wat. Zou hij wel weten wat die spieren allemaal moeten doen om hem elke stap weer een meter verder te brengen, en dat die spieren dat duizenden keren moeten doen voor de finish is gepasseerd? Nog even los van al die zigzagbewegingen en snelle sprongetjes die nodig zijn om andere lopers, tramrails en stoepranden te ontwijken? En los van die tunneltjes en bruggetjes waar de hellingen soms lang niet kinderachtig zijn. Nee, als je dat als spier moet verduren, wil je op een gegeven moment wel verzuren. En die baas maar denken, hee, ik voel mijn bovenbenen! Ja, logisch...

Bekende liedje

Afijn, het ging, maar niet vanzelf. Het bekende liedje dus. Eigenlijk had ik verwacht dat het niet zo best zou gaan. Want ik had niet zozeer de altijd op de loer liggende bijnakramp in de linker kuit om rekening mee te houden, maar ook een bijnablessure bij de aanhechting van een spier op mijn heup, de spier die ik altijd maar idiotus tibialus noem. Die blessure had ik in 1999 ook, en kan heel hardnekkig vervelend zijn. De pijn voel je zelfs (of vooral) als je zit op een bureaustoel of zo, iets wat mij nogal eens overkomt... En als je gewoon loopt vlak na het zitten.
Eigenlijk moet je het daarmee rustig aan doen, een tijdje op gras lopen, goede warming up en goed rekken met de linkervoet achter het rechterbeen en dan zo'n halve boog naar rechts maken (en andersom natuurlijk). Maar hoe gaat dat, rustig aan doen wil je eigenlijk niet, en op gras lopen kan bijna nergens. Dus probeer je in elk geval te denken aan de goede warming up en het rekken. En je zou je niet op moeten geven voor zo'n halve marathon, maar het ging bij de Dam tot Damloop zo lekker dat ik meteen mijn goede vriend M. mailde of hij dat kon regelen bij de ING Amsterdam Marathon. En dat kon hij.

Ik had wel een béétje vertrouwen dat het goed zou komen, want de vorige keer dat ik er last van had weet ik nog wel dat ik de IJsselmeer-estafetteloop nog heb gedaan en dat het tijdens het lopen daarvan best wel meeviel. Dus daar ging ik nu ook maar van uit en het bleek nog te kloppen ook, want ik heb er geen last van gehad. Dat kán natuurlijk ook een beetje hebben gelegen aan de Aspro Bruis die ik thuis voor de zekerheid maar heb genomen, om niet onnodig afgeleid te worden door pijntjes...
Voor de zekerheid had ik in de sporthallen Zuid vlak voor de start nog op de sportartikelenbeurs Tiger Balsem bekocht, rode, de sterkste, voor een goede doorbloeding, waarmee ik de aanhechtingsplek en mijn linker kuit heb ingesmeerd. Een warme gloed drong enige tijd door tot de betrokken spieren en dat voelde goed. Ik zorgde dat ik een redelijke warming up deed en rekte alle spieren die ik zo gauw kon bedenken, pratend met Frank Smit die ik op weg naar de start was tegengekomen.

Versnellen

De eerste kilometers na de start deed ik ook samen met Frank, en dat ging prima. Niet te hard, maar wel steeds onder de vijf minuten per kilometer, en op de helft zat ik op minder dan 52 minuten, dus de 1 uur 45 lag binnen de mogelijkheden, en wie weet kan ik de tweede helft wel wat versnellen. Ik zweer het, ik heb het echt even gedacht, in een vlaag van verstandsverbijstering. Want ik weet van vorig jaar wat er gebeurt na de 'veilige 16'. Die noem ik veilig omdat ik die meestal nog wel redelijk weet te lopen. Pas daarna, of vlak voor 16, gaan allerlei spieren protesteren en gaat het pijn doen. Zeg maar Pijn met een hoofdletter. En dan komt het neer op Karakter en Doorzettingsvermogen. Het weer was prima, in de schaduw koel en in de zon warm, heel apart eigenlijk. Gelukkig is er meer schaduw dan je zou denken in de straten van Amsterdam. Helaas heb ik de tweede helft van het parcours niet lekker meer om me heen kunnen kijken, want ik was al blij dat ik liep. De eerste helft ging het lekker, goede balans, liedje van Sean Paul in mijn hoofd, iets met yearning en burning, makkelijk aan te passen aan je eigen tempo. Af en toe kom je langs het parcours een lekker trommelende percussieband of andere muziek tegen en dat is wel super, maar het mochten er wat mij betreft wel wat meer zijn. Stadionweg, Churchillaan, Rijnstraat, Overamstel, Watergraafsmeer, Oost, De Pijp Stadhouderskade, Vondelpark, ik zie het achteraf op de routekaart bij de inschrijvingspapieren, maar ik heb er zelf dus niet zo veel bewust van gezien. Zelfs de Bijlmerbajes heb ik gemist, maar dat moet ik de rest van mijn leven ook blijven volhouden.

Volgelopen

Op de Mauritskade, met nog zes kilometer te gaan, ga ik voor de eerste keer naar de verversingspost voor een beker Gatorade. Mijn benen zijn opeens zwaar geworden, volgelopen, en ik heb een nieuwe pijnsensatie bemerkt. Rechter bovenbeen en de zijkant van het rechterbeen beginnen te branden. Na even rustig drinken en een halve banaan eten, beetje ontspannen rammelend met de benen, lijkt het wel weer te gaan, maar dan keert het weer terug. Oei oei, dat kan nog lachen worden nu ik nog ruim vijf kilometer moet, denk ik bij mezelf. Maar ik weet ook dat het vaak lang zo blijft, die pijn, en dat het niet heviger wordt. Dus daar hoop ik dan maar op. Ik passeer Dirk Haasbroek, die wandelt, en roep hem toe een dribbeltje in te zetten. Effe actieve rust Dirk! Maar hij zegt dat hij het even rustig aan doet. Ik dacht er al niet meer aan toen hij me even verderop meedogenloos voorbijschoof. Ja, die Dirk, die gaat gewoon door!

Als we het Vondelpark indraaien, dat weet ik nog van vorig jaar, begin ik aan een lang traject. Dat valt tegen in dat park. Maar nu ik dat dus weet viel het nog redelijk mee. Ik heb inmiddels ontdekt dat de pijn in de bovenbenen draaglijker wordt als je wat sneller probeert te lopen. Na het park - veel rokerswolken daar trouwens, zelfs een zondagse sigaar - moet ik alweer langs de kant voor een beker drinken en - belangrijker - weer wat broodnodige ontspanning voor de bovenbeenspieren. Op de 20 kilometer zit ik op 1.44, dus de eindtijd van 1.47.11 van vorig jaar heb ik al opgegeven. Ik herinner me dat ik al blij zou zijn met uitlopen, en denk dat het misschien nog wel binnen 1.49 uur kan lukken. Dus ga ik weer, in de benen! Links en rechts worden mensen die wandelen opgeroepen er weer een gangetje in te zetten. In de laatste kilometer begint mijn zorgenkind: mijn linker kuit, alarmsignalen uit te stralen, breakdown coming up, dus doe ik maar weer wat rustiger. In het Olympisch Stadion - o, weldadig verende baan - is het snel gebeurd. Ik mag met een glimlach naar huis. Trots op mezelf, want 21 kilometer, tis toch niet niks! Maar een marathon? Je moet er niet aan dénken!

ERIC MOLENAAR
www.molenaar.loopt.nl

 
disclaimer - Webdesign by Ferdy