Eenhoornloop, 11 november 200722_01_374

Door Marga Barazas-Langeveld

Vandaag is dé dag
Vandaag is dé dag, de dag van mijn eerste halve marathon. Zou het ook mijn dag worden? Ik had tijdens de Dam tot Dam loop al ondervonden dat ik soms mijn dag niet heb. Maar ik heb vanaf september goed getraind. Klaas heeft mij een trainingsschema doorgemaild en ook tijdens de baantrainingen op de woensdag (bij Jos) en zaterdag (bij Klaas) is het lekker gegaan. Door de baantrainingen en de goede adviezen ging ik vooruit. Stiekem hoop ik vandaag de 21.1 km binnen de 2 uur te lopen. Het weer is onstuimig, zal het teveel gevraagd zijn? ‘Meedoen en genieten’ is het motto van Theo. Hij heeft gelijk, laat de uitdaging maar komen, ik zie wel hoelang ik erover doe.

Op pad
Al vroeg ben ik op weg naar de baan. Beetje kletsen met iedereen en van de sfeer genieten die er hangt. In de kleedkamer is het een gekakel. ‘Wat doe jij aan?’ Ik besluit te lopen in twee dunne laagjes en in korte mouw. Het is boven de 10 graden en dan is het snel warm. Trots doe ik mijn gele Loopgroep-shirt aan, ik vind het leuk om te lopen in de clubkleuren.

De eerste 10,5 km gaan voor de wind
De warming-up door Christel. Een meneer naast mij vindt dat gehuppel maar niks. Ik bruis van energie en popel om te starten, dus doe lekker mee. Een harde knal en daar gaat de meute. Veel bekenden om mij heen en links en rechts hoor ik dat ze mij succes wensen. Met Karin loop ik de eerste kilometers in een lekker tempo. Het gaat ietsje harder dan we van plan waren, maar het voelt goed dus houden we dit tempo maar aan. Ik passeer de oversteek op de Willemsweg en op de Schellinkhouterdijk zie ik hoe lang het lint lopers is. Wat een prachtig gezicht. Vanaf het drie kilometerpunt gaat Karin versnellen, zij loopt de 10 km. We wensen elkaar succes en ik sluit mij nu aan bij het groepje met o.a Xandra, Petra, Dennis en Lou. We lopen vaak samen op de woensdagtraining. Het gaat lekker, hier het windje in de rug en een zonnetje. ‘Ik heb veels teveel kleren aan’, hoor ik nu regelmatig om mij heen. Grappig, ik dacht op hetzelfde moment dat ik blij was gekozen te hebben voor mijn korte mouwtje. We kletsen wat af met elkaar en zolang ik kan kletsen en een lolletje kan maken, loop ik niet te hard.
Water en een banaantje op het 5 km punt. Hier keren een hoop lopers om en wordt het wat stiller richting het keerpunt voor de 16 km. Het groepje is nog steeds bij elkaar. De bocht richting de molen. Wat een uitzicht! Die donkere lucht boven het water, de spiegeling van een paar zonnestralen, geweldig. Jammer genoeg weinig boten, maar dat zal wel met de wind te maken hebben. Ook hierom loop ik nou zo graag: er is altijd wat te beleven. Lou komt naast mij lopen en houdt mij uit de wind en het tempo constant. Ik krijg allerlei adviezen als hij erachter komt dat ik voor het eerst de 21 km loop. ‘Er gaan maar weinig lopers door, dus zoek een maatje’, hoor ik. Ja, in een groepje loopt altijd makkelijker dan alleen, het wordt bij de trainingen ook vaak gezegd. Bij het keerpunt voor de 16 wensen we elkaar succes, het groepje draait om en ik ga alleen verder. Het wordt nu inderdaad een stuk stiller en ik volg de raad van Lou op en ga op zoek naar nieuwe loopmaatjes. Gelukkig gaan er nog twee lopers op hetzelfde punt door, dus ik sluit mij snel aan. Heel in de verte zie ik het keerpunt al als er een fikse bui los breekt. De wind is nu vlagerig met krachtige stoten en laat merken dat ie vandaag ook meedoet. We lopen stug door en maken een treintje. Op de terugweg zal de wind meer tegenspel geven. Het keerpunt onder aan de dijk. Vanaf hier is het afbouwen. Na wat water en een banaantje loop ik door. Ik heb over de eerste helft 58 minuten gedaan. Ook Antonio en Marco staan mij hier toe te roepen en aan te moedigen. Het doet mij goed dat ik mijn man en zoon hier zie staan.

De tweede 10,5 km met tegen wind
Eén van de twee lopers is doorgelopen bij de drinkpost. Hij wil waarschijnlijk wat tijd winnen. Ik wacht liever op de andere loper en samen gaan we verder. Als we weer bovenop de dijk staan, krijgen we weer een fikse bui met windstoten. Echt Sint-Maarten weer. Het is misschien niet sportief, maar tactisch voor mij wel het beste dus ik besluit dat ik het kopwerk nu even niet op mij neem. Gelukkig is mijn maatje ‘een echte man’ en vindt het vanzelfsprekend dat hij nu voor mij het kopwerk doet. Praten zit er nu even niet in. De loper die alleen vooruit loopt heeft het zwaar. ‘Nog even en we halen hem in’, zeg ik tegen mijn maatje. ‘Gaat lukken, zeker weten’, is het antwoord. Hoor ik wat gegniffel in zijn stem? Bij de uitgang van Schellinkhout staat Erik te wapperen met een vlag. Ook hij moedigt ons hier aan. Hier is de wind duidelijk minder en we zijn opgelucht dat we weer wat in de bewoonde wereld komen. Vlak voor het kerkje van Schellinkhout halen we de solo-loper in. Met z’n drieën maken we weer een treintje. De beide mannen doen het kopwerk en ik geniet ervan. En daar is ook Ton die zich de longen uit zijn lijf schreeuwt om ons aan te moedigen. ‘Nog 6.3 km, hier valt de wind mee maar voorbij de bocht is het weer heftig’, hoor ik hem roepen. O, o we zullen elkaar nog nodig hebben.
De windmolens komen in het zicht en de waterpost op 5 km van de finish. Water of thee, sinaasappeltjes of banaantjes: ook hier is alles weer prima verzorgd. Ik stop even en babbel wat met Lyda. Dat had ik beter niet kunnen doen. Als mijn beide loopmaatjes weer van start gaan heb ik dat te laat in de gaten. Lyda roept mij net op tijd tot de orde. Ik ga er als een speer vandoor. Ik kan op dit stuk goed merken dat we zo goed als alleen lopen. Op de heenweg zorgde de grote meute voor een goede windvang. Voorbij de Tuibrug passeert Erik mij op de motor. ‘De eerste keer een 21 km doet altijd pijn’, hoor ik hem zeggen. Pijn? Welke pijn? Ik heb nog geen pijn. Vanaf dit punt gaan mijn loopmaatjes versnellen. Of word ik nu toch vermoeid en kan ik hun tempo niet meer bijhouden? Ik kan twee dingen doen: aansluiten en uit de wind blijven, dat betekend harder lopen dan ik nu kan, óf in mijn eigen tempo door met wat meer last van de wind. Ik vertrouw op mijzelf en besluit voor het laatste. Ik concentreer me en focus mezelf op de laatste 3 km. Mijn doel is de finish en die wil ik halen. Als ik de oversteek op de Willemsweg weer passeer roept Dirk mij toe: ’je gaat het binnen de 2 uur halen’ en ik voel mij helemaal warm worden. Ja, ik denk dat ik het inderdaad ga halen. Ongelooflijk, dat ik toch mijn tempo constant heb kunnen houden. Vanaf hier hoor ik Wietze al, maar ik ben nog niet zo dicht bij als ik denk. Tussen de huizen merk ik dat het zwaarder gaat worden en krijgt Erik gelijk. Dit is dus de pijn die hij bedoelt en het genieten wordt hier ietsje minder.
Nog 1 km, daar staat Ruud mij op te wachten. ‘Je gaat het halen en binnen de 2 uur’, moedigt ook hij me aan. En ik denk: al moet ik het laatste stuk op mijn handen lopen, maar finishen zal ik! Het hek door en daar zie ik de finish. Nog maar een paar honderd meter. Is het tijdens de trainingen ook altijd zo’n eind van het hek naar de streep?, vraag ik mij af. De laatste 100 meter voel ik geen vermoeidheid meer, die gaan vanzelf. Het zal er anders uit hebben gezien, maar voor mijn gevoel heb ik nog nooit zo licht gelopen. Ik finish in 1:55:21 en voel me een winnaar. Wau, wat een prima tijd. Wat ben ik blij! Lopen is super!
Voorbij de finish staat Antonio met de beide jongens mij op te wachten. Ook zij zijn trots op mijn prestatie.

Maar ik heb het natuurlijk niet alleen gedaan. Speciale dank aan Klaas, hij heeft mij goed gecoacht. Maar ook Bram, Jos, alle loopvrienden-en vriendinnen, de vrijwilligers: het is voor mij een onvergetelijke dag geworden! Bedankt.

22_02_600

 

disclaimer - Webdesign by Ferdy