De 60 van Texel, een boek op zich!

De oorsprong

Sinds 1991 bestaat er een 60 km-wedstrijd op Texel. Deze loop is opgestart door Jan Knippenberg, ook wel 'De Knip' genoemd. Jan was een absolute topper in het lange duurwerk en volgens mij de grootste ultraloper van Nederland tot nu toe. Als je zijn boek “De mens als duurloper” leest kom je tot de ontdekking hoeveel kilometers sommige mensen in hun leven rennend hebben afgelegd, het overstijgt echt je verbazing. Ook lees je zijn bijzondere band met Ron Theunissen, zijn vriend en zielsverwant. Enkele bijzondere 'records' zijn de 2x rondje IJsselmeer, ±400km in 43 uur, en 'Hoek van Holland – Stockholm', zo'n 1600 km in 18 dagen. Hij zou daar tijdens de kampioenschappen in het stadion arriveren, maar doordat er een blessure spelbreker was en hij later van start ging stond hij in een leeg stadion in z'n uppie op het podium. De Zweedse kranten stonden elke dag vol over Jan. In Nederland keek men naar het WK voetbal; het was het jaar 1974.

De laatste woonplaats van Jan is het rustige Cocksdorp op Texel bij de vuurtoren. Zo nu en dan als hij naar zijn ouders in Hoek van Holland gaat, rijdt hij naar de boot en als hij dan in Den Helder aankomt en zich goed voelt, kijkt hij eens goed naar zijn schoenen en neemt de gok om dat stukje maar even te gaan lopen. Op zijn steen begint de tekst dan ook met: “Lopen is geen sport, maar een manier van reizen...” Zo ook is de JKM (Jan Knippenberg Memorial) tot stand gekomen, die over 100 EM gaat, de langste strandloop ter wereld die in 2012 startte vanuit Naaldwijk en finishte bij de Marine in Den Helder. Nu Jan vanaf 1987 op Texel woonde en graag zijn eigen ultraloop wilde, kwam hij op het idee van de 60 van Texel.

Jan berekende op zijn sterfbed dat hij in zijn leven zo'n 200.000 kilometers heeft afgelegd. Op het moment van schrijven overschrijdt mijn auto hetzelfde aantal. Ongelooflijk dat je dat per voet kan volbrengen. Maar ja, als je voor een rondje IJsselmeer 700km per week traint, schiet de teller lekker op natuurlijk. Helaas is deze pionier en icoon van het ultralopen op 47-jarige leeftijd overleden aan longkanker. Misschien had hij toch iets te veel gevraagd van zijn longen.

 

 

De aanloop

 

Fred, Wouter, Sander en ikke gaan dus naar Texel om deze loop van Jan te volbrengen. Niet het hele stuk, hoor, daar hebben we andere toppers voor op de club. Wij doen de estafette en aangezien er dit jaar veel snelle teams meedoen en een prijs waarschijnlijk niet haalbaar is, proberen we onder de 4 uur te komen. Op het moment van inschrijven was ons andere loopmaatje Theo samen met Rita hun kleine Yuan aan het ophalen in China. We hadden het idee dat zij het met die kleine druk genoeg zouden hebben rond de Paas, dus besloten we Theo als Joker in te zetten voor als er iemand geblesseerd zou raken, en daarna was de groepsindeling snel geregeld. Overigens ging het na terugkomst in Nederland prima met de fam en is kleine Yuan tegenwoordig een trouwe supporter van de wedstrijden waar papa of mama deel aan nemen.

In de voorbereidende fase naar Texel krijg ikzelf te maken met verhoogde en veranderende werkdruk, waar mijn loopprestaties onder beginnen te leiden. Het zou dus nog kunnen, dat Theo gevraagd wordt om voor mij in te vallen. Ik besluit dus om  iets rustiger te trainen en na elke trainingsdag een rustdag in te plannen. Op deze wijze kom ik precies uit met de geplande circuitrun in Zandvoort, die ik elk jaar in het businessteam van mijn zwager loop, en 8 dagen later 2e Paasdag, waarop de 60 zijn doorgang vindt.

 

 

De dag

 

's Morgens om 5:30 uur, als ik nog even wakker wordt voor een sanitair onderhoud, moet ik denken aan de mannen en vrouwen die al bijna een uur onderweg zijn voor hun 120 km. Het belooft dit jaar door de aanhoudende kou de koudste editie sinds 1991 te worden, dus maar genoeg kleren aan doen, dat als ik stil sta toch een beetje warm blijf.

Voor achten word ik opgepikt door Fred en Tineke en we rijden naar de McDonald’s alwaar Wouter en Sander gereed staan om richting Den Helder te vertrekken. Als we om 8:40 uur bij de boot aankomen, blijkt dat deze net is vertrokken en aangezien we niet eerder naar het reisschema hebben gekeken, komen we er nu achter dat de volgende pas om 9:30 uur vertrekt. Dus gaan we maar even een bakje koffie drinken, die we in het heerlijke ochtendzonnetje soldaat maken. Even over negenen denk ik nog aan Jan-Albert Lantink, die als hij op parcoursrecord zit, nu zo'n beetje bij het keerpunt aankomt. Jammer dat we die missen.

Ondertussen komen er nog vele andere bekende lopers aan, ook van onze club natuurlijk, en wordt het al aardig druk voor de afvaart. Even later ligt de boot aangemeerd en kunnen we de auto er op parkeren om daarna met een groepje van LGH een kopje koffie te nuttigen en een stroopwafel te verorberen, die Rogier heeft meegenomen.

 

Als we de boot afrijden en de auto voor de aanloop naar het keerpunt van de 120 km in het gras parkeren, zien we net Marc Papanikitas aankomen. We moedigen hem aan en vragen hoe het gaat. Niet goed zegt hij. Hij hobbelt verder richting keerpunt en aangezien zijn naam niet in de einduitslag voorkomt, neem ik aan dat hij is uitgestapt.

Bij het keerpunt druppelen enkele 120 km-lopers voorbij die flink aangemoedigd worden. We wandelen verder naar het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) om onze startnummers van LoopGroepHoorn op te halen en togen naar de kantine om daar even plek te nemen. Als men bij de bouw van het NIOZ in 1977 geweten had, dat deze voor de start van de 60 gebruikt zou worden hadden ze waarschijnlijk de kantine op een andere plek gesitueerd. Nu kom je via een aantal lange gangen, die volgens mij helemaal naar de andere kant van het gebouw leiden, uiteindelijk op de plek waar je nog iets lekkers kunt nuttigen.

Hier is het ook redelijk druk en na enig gekeuvel met bekenden en onbekenden besluiten we naar de start van de 60 solo te gaan kijken, waar straks 450 lopers hun strijd met de elementen gaan beginnen. Hiertussen enige bekenden van onze club:

Henk Weijerstrass 5:21:00, Eric van den Berg 5:35:03, Lex de Boer 5:48:15, (Poortwachter) Theo van Vliet 6:33:25, John Brandhoff 6:39:37, Rob van Zijl 6:46:38 en Christel Brandhoff 7:01:46.

 

We gaan verderop staan, zodat we bekende personen een beetje kunnen ontdekken in die grote groep lopers. Hier komen we Silvia tegen die nog even een fotootje schiet van ons viertjes. Ook zien we Luc Krotwaar nog enige stretchoefeningen doen; die zal hij wel nodig hebben in de duinen, denk ik. Ondanks dat de speaker enkele minuten geleden heeft omgeroepen, dat iedereen 'nu' achter de startlijn moet opstellen, mag Luc zich toch nog vooraan tussen de wedstrijdlopers mengen en enkele seconden later klinkt het startschot en zien we alle 450 toppers voorbij komen.

Na alle bekende personen aangemoedigd te hebben gaan we nog even naar de kantine, alwaar ik Fred zijn startnummer en de chip geef. De chip gaat met een klittenbandje om de enkel en kan zo simpel van loper tot loper overgebracht worden. Ik vraag aan Wouter en Sander of zij ook al hun nummer willen hebben, maar dat hoeft nog niet! 11:00 uur, Fred trekt wat kleren uit en gaat lekker de kou in om warm te lopen. Even later horen we dat de groep estafettelopers van 11:05 uur weggeschoten worden. Nog even en onze strijd gaat ook beginnen.

We lopen weer naar buiten en schuilen met Fred achter de speakerbus uit de wind. Wanneer Fred zich dan naar de start begeeft, wandelen wij alvast richting de auto, zodat we ook iedereen weer langs kunnen zien komen. Als dan de laatste groep van start geschoten wordt, gaat het al flink te keer en zien we Fred in 3e positie langs stevenen. Hup, Fred, zet 'm op!

De organisatie kan nu beginnen met de start op te ruimen om alles naar de finishplek 5 km verderop ter verkassen. Over een uur zul je hier bij het NIOZ weinig meer kunnen ontdekken van de hetze, die de hele ochtend aanwezig is geweest.

 

Als de eerste lopers vertrokken zijn, staan er bussen klaar om de andere 3 lopers van alle estafetteteams naar het 1e wisselpunt, Het Turfveld, te vervoeren. Voor de bus hadden we ook plekken  gereserveerd, maar na enig overleg en een mail richting organisatie, besloten we om zelf een auto mee te nemen en naar de wisselpunten toe te rijden. De wisselpunten zijn dan ook gesitueerd op plekken waar redelijk veel auto's geparkeerd kunnen worden, want wij zijn natuurlijk niet de enigen, die dit zelf per auto doen. Wij begeven ons nu richting auto, gooien meegenomen spullen achterin en Wouter zet de navigatie op 'Het Turfveld'. Ik pak mijn nummer, begin die op te spelden, dan heb ik dat alvast gehad, en kan ik 'm in de spanning straks niet vergeten!

 

De eerste etappe, Fred:

 

Unaniem besloten door mijn andere teamleden mocht ik de eerste etappe van de zestig van Texel lopen. Omdat ik de kleinste en lichtste van het stel ben en de helft van deze etappe door zand gaat, zo was de redenering. 

’s Ochtends op de boot bekruipt mij het aparte (vakantie)gevoel, wat ik tot nu toe iedere keer ervaren heb op weg naar het eiland. Bij aankomst op het eiland blijkt de wind verrassend gunstig; nauwelijks waarneembaar. Dit zou gedurende de dag behoorlijk veranderen. Bij het NIOZ aangekomen het startnummer ophalen en na de koffie de start van de 60 individueel bekijken. Hierdoor helemaal in de sfeer gekomen gelijk maar warm lopen voor mijn etappe.

 

Vlak voor de start is de wind al behoorlijk toegenomen en deze voelt guur. Na het startschot begin ik met een behoorlijk tempo aan mijn etappe van 15 kilometer. Ik ben gewend snel te starten maar 3.22 minuut over de eerste kilometer is veel te snel. De etappe gaat vanaf de boot richting Den Hoorn. Voor Den Hoorn slaan wij linksaf richting natuurgebied De Hors. Dit is een prachtig natuurgebied aan de zuidkant van het eiland wat vooral bestaat uit zand. Vandaag vooral los zand. Bij De Hors aangekomen zitten de eerste 5 kilometer er op.

Vanaf het asfalt gaat de route vanaf nu 7 kilometer door het zand. Achter de duinen is de wind nauwelijks waarneembaar op de grote zandvlakte. Gelukkig maar, want het losse zand is zwaar, loodzwaar. Op sommige momenten lijk ik dwars door een grote berg poedersuiker te lopen. Het tempo gaat behoorlijk naar beneden. Een aantal maal word ik ingehaald door verschillende lopers, die verstandiger gestart zijn. In mijn vizier heb ik een loper 100 meter voor mij, welke ik als richtpunt aanhoudt. Na 3 of 4 kilometer over de brede zandvlakte komt eindelijk het strand in zicht. “Gelukkig”, denk ik. Het strand blijkt ook een lastige hindernis van blubber en een schuin loopvlak tegen de waterlijn aan. Ik loop langzaam naar de loper voor mij en ik gebaar hem dat om de beurt op kop lopen verstandig is. Na 7 kilometer zand komt eindelijk de afslag in zicht. Jos staat al met de fiets te wachten en roept dat het nog 3 kilometer knallen is naar de wisselpost. Door de duinen gaat het parcours tegen de forse wind heuvel op en af, maar gelukkig wel over het verharde pad. Ik heb mijzelf ten doel gesteld de net ingehaalde loper achter mij te laten. Linksaf het bos in voor het laatste stukje. Ondanks dat ik helemaal stuk zit, kan ik hier toch weer rond de 15 kilometer per uur halen. 1 uur en 4 minuten na de start neemt Ronald de enkelband over voor de tweede etappe. Moe maar voldaan stap ik in de auto naar het volgende wisselpunt waar Wouter zich voorbereidt op de derde etappe.

 

---------------

 

Bij het Turfveld aangekomen zijn er twee verkeersregelaars, die beide een ander idee hebben over het parkeerbeleid, dus iedereen doet maar wat en niemand die er zeurt. Ik trek snel enkele kledingstukken uit, drink mijn bidon leeg en we wandelen richting het wisselpunt. Hier is het lekker druk en het is een komen en gaan van lopers. De eerste lopers van de 60 hebben we al lang gemist, want die gingen na ruim een uur al langs dit punt. De 120 km-lopers krijgen natuurlijk extra aanmoedigingen en begeven zich tussen het 60 km-geweld richting de Slufter.

Sander en Wouter nemen plaats langs het parcours en ik begin al vast met warm lopen om klaar te staan als Fred straks aan komt racen. Er gaan nog wat dingen door mijn hoofd, die me de laatste weken parten hebben gespeeld, hopende dat ik nu vrij kan rennen en een goeie tijd onder het uur neer kan zetten. Ik loop richting Wouter, die zich vlak na het wisselpunt bevindt, en trek mijn trainingsbroek uit. Hier tussen de bomen is het goed te doen en voel je niets van die winterse kou. Ik hobbel weer een stukje verder naar het paadje waar de meesten zich warm lopen en passeer een hardloopster met een hond aan de lijn. Die zal wel lekker haar eigen rondje aan het lopen zijn.

Ik huppel weer richting Wouter, die aangeeft dat hij aan de andere kant van het parcours gaat staan, en dat Sander een stukje voor het wisselpunt plaats neemt om Fred aan te zien komen. Nog even een paar minuten warm lopen en dan voeg ik me bij Wouter en trek alvast mijn jack uit. Hier nog weer wat bewegen en het laatste shirt uit om me dan ook maar in de hitte van de strijd te mengen en op de komst van Fred te wachten.

 

 

De tweede etappe, Ronald:

 

En dan geeft Sander aan, dat hij er aan komt. Ik zet me schrap, geef Fred aan waar hij heen moet en als hij naast me stopt, buk ik snel om de chip van zijn rechterenkel om mijn linkerenkel te binden. Dit gaat redelijk vlot en ik spring op om als een speer te vertrekken. Het is echter wel erg druk in dit wisselgebied. Dus is het een beetje uitkijken waar te lopen en al slingerend begeef ik me bij het wisselpunt vandaan en denk er even later toch nog aan om mijn horloge op start te drukken. Even verderop voegt Jos zich bij me om me tot aan de duinen te begeleiden. De gang zit er hier aardig in en tussen de bomen is ook nog niet zo veel van de wind te merken. De eerste estafettelopers worden voorbij gegaan en ik kom langzamerhand dichter in de buurt van de duinen. Jos geeft me een beetje aan hoe en wat te doen en bij de duinen aangekomen neemt hij afscheid om me bij de Koog weer op te vangen.

Ik begin aan de grindpaadjes door de duinen en probeer nog een beetje te genieten van de mooie natuur en niet alleen maar aan de wedstrijd te denken. Onderweg krijg ik nog een compliment dat ik lekker de sokken er in heb. Dit voelt echter niet zo, maar ik neem het positieve maar mee. Crossend over de duinpaadjes kom ik bij het strand aan, alwaar ik via de zachte opgang naar de waterrand ren om daar mijn weg omhoog te vervolgen. Als ik dan eenmaal noordwaarts ren, merk ik hoe sterk de wind is toegenomen en moet pittig aanzetten om er nog een redelijk tempo in te houden. Het zal een 'inhaalrace' worden, waarbij ik vele 60 km-lopers tegenkom en af en toe een estafetteloper van de eerder gestarte teams. Ook kom ik heel af en toe een 120 km-loper tegen, die ik dan nog even succes wens.

Het strand is niet megazwaar, maar echt makkelijk is het ook niet. Er is weinig ruimte om knap te lopen en tijdens het inhalen krijg ik zo ook nu en dan een klots water over mijn schoenen. Gelukkig zijn er door het koude weer niet al te gek veel toeristen, dus minder spelende kinderen en vreemde badgasten. Verderop zie ik een mutsie dat in een vreemde houding achterwaarts loopt en een bezigheid beoefent dat op schatzoeken lijkt. Linksom langs de waterlijn wordt niks, dus dan maar achterlangs en zo ren ik verder zigzaggend tussen toeristen en lopers over zand, schelpjes, water en andere dingen, die door de zee zijn achtergelaten.

Dan haal ik Dirk in die zijn eigen strijd met de elementen levert en na een korte zwaai ploeter ik verder naar het volgende gele shirt, dat verderop in zicht loopt. Dit blijkt later Marco te zijn die Jacqueline Prins lekker uit de wind houdt en zijn goede manieren als gentlemen ten volle in de strijd gooit.

Proberend de beste lijn te lopen die ik vinden kan, zie ik in de verte de strandafgang en dat geeft hoop op beter leven. Dus maar weer door over losliggend zand richting de stelconplaten om daar tussen andere vermoeide lopers over de duin te strompelen langs de waterpost en daarna met een beetje vaart de duin af te racen. Daar zie ik dan plots Jos weer staan, die me aanmoedigt met: ”het gaat goed”. Natuurlijk ben ik blij dat hij dat zegt, maar de benen zeggen iets heel anders... Nu een beetje op adem komen en dan op en neer naar het zandpad, dat ons richting Slufter leidt. Ik hoop dat de wind hier iets minder is dan op het strand, maar zo gauw ik linksaf richting de Slufter ga, heb ik meteen pal tegen. Lekker weer! Als ik vooruit kijk, zie ik een lang lint van lopers die me voor zijn gegaan, en de inhaalrace zal zich voortzetten. 

Dit zandpad of megakarrenspoor, zoals je het ook zou kunnen noemen, is weer een fraai stukje ondergrond om lekker naar de klote te gaan, als je dit niet een beetje verwacht had vooraf. De meeste lopers bevinden zich op het linkergrasstrookje naast het diepe zandspoor, dus als ik een langzamere loper tegenkom, moet ik afstappen in het zandspoor en daarna weer omhoog naar de grasstrook.

Op een gegeven moment denk ik dat ik Corwin inhaal, maar zeker weten doe ik het niet en omkijken begin ik nu ook niet meer aan, vooruit is het doel. Met moeite ploeter ik door over het zand/grindstuk, waar ik me nu op bevind, en ik weet dat niet al te ver de finish is. Ik denk nog aan het feit dat ik nu op een later tijdstip bij de finish kom dan 2 jaar terug, en ik misschien daar toch nog de 'poortwachter' tegenkom.

Oh jee, daar word ik nog voorbijgestreefd ook. 'Verd**me' zeg ik tegen hem, 'word ik toch nog ingehaald'. 'Ja' zegt hij, 'ik liep op jouw als richtpunt'. Jammer, ik probeer hem bij te houden, maar dat valt niet mee. Het enige dat nu telt, is gewoon dit tempo vol houden en de afstand volbrengen en na elke flauwe bocht denk ik: 'waar is nu dat paadje richting de dijk?' En dan zie ik het: in de verte gaan enkele lopers omhoog over de dijk, daar is het. Ik moet nog een stuk naar links alwaar ik aan het eind rechtsaf draai het klinkerpaadje op richting de dijk…

 

Tijdens de (warmste) editie van 2 jaar terug in 2011 liep ik ook de 2e etappe. Aan het einde van deze etappe bevindt zich dus dit smalle klinkerpaadje, dat naar de dijk toe leidt. Voordat je de dijk op kunt, moet je door een poortje, waarna je het steilste stukje van de hele 60 van Texel op mag en na dit zware klimmetje heb je dan een mooi uitzicht over Texel. De meeste snellere lopers hebben hier geen oog voor, want die zijn met hele andere dingen bezig. Een goede reden om nog een keertje terug te komen dus.

Echter in 2011, toen ik bij dit poortje aan kwam, was Theo samen met enkele andere 60 km-lopers bezig zich door dit poortje te rommelen en het dijkje op te lopen. Precies op het moment dat Theo door het poortje ging, stond ik achter hem en riep; “Pas op Theo, ik wil er langs”. Waarna ik zeer vereerd was, dat alle lopers aan de kant gingen om mij door te laten.

Gekscherend zei ik dit jaar: “Theo, sta je niet weer in de weg bij dat poortje?” Waarop Theo antwoordde: “Dan houd ik hem voor je open!”

 

… Op het paadje aangekomen is het een drukte van jewelste. De inhaler zie ik vlak voor me tussen alle andere lopers en ik slinger me er ook een beetje tussendoor, tot ik besluit om gewoon links over het gras te blijven rennen. Geloof het of niet, maar verderop zie ik het gele shirt van Theo, ik weet het zeker… en dit geeft me vleugels. Om daar weer gelijk bij dat poortje te staan, moet ik wel nog wat aanzetten. Even verderop hoor ik nog mijn naam. Ik denk dat dit John is, maar ik heb geen tijd om te reageren. Ook zie ik nu de dame met de hond weer, die ik bij het inlopen tegenkwam, over dit zelfde paadje lopen en denk daar verder maar niet over na. Het doel is het poortje.

Als ik vlak bij het poortje ben, roep ik: 'Theo, hou hem open'. Waarop Theo zich omdraait en zegt; 'hé, Ronald, net als 2 jaar terug, dat is toevallig' en aan de kant stapt, zodat ik door het poortje kan. Ik roep nog iets als 'dank je' en kachel zo snel als ik kan, het steile stukje duin op achter de inhaler aan, die ik vlak voor me over de top zie verdwijnen, om van bovenaf naar beneden te knallen en moet oppassen, dat ik niet rechtdoor ga over het fietspand. Hier haaks linksaf naar het volgende wisselpunt 'De Slufter' en nog even het laatste er uit persen. Ik zie Wouter verderop al staan, mijn grote bevrijder van dat kleine stukje elektronica, dat mij gedreven heeft tot deze masochistische marteling van ruim een uur.

Een minuut langzamer dan 2 jaar terug, maar ja, hè, met deze wind. Misschien hadden we toch onze Joker Theo in moeten zetten, want die liep als invaller bij Papillon 28 seconden sneller over hetzelfde stuk. Achteraf een schrale troost, dat als we zelfs 2 minuten sneller geweest zouden zijn, we nog steeds op de 6e plaats staan.

Het is koud en winderig bij de Slufter, dus we nemen Wouter’s spullen mee en gaan snel naar de auto, waar ik mijn zweetpakkie vervang door wat warmere kleren. Onze chauffeur is op dit moment onze tijd weer wat aan het optimaliseren, dus krijg ik de eer om zijn bolide naar het volgende punt, het 'Prins Hendrik' hotel, te rijden.

 

De derde etappe, Wouter:

 

Na  Ronald afgezet te hebben en Fred weer te hebben opgepikt bij het eerste wisselpunt reden we naar het tweede wisselpunt. Ik was geselecteerd voor de derde etappe dus daar aangekomen kleedde ik mij om en begon met inlopen. Daarbij werd duidelijk dat er veel wind stond, die pal uit het noorden kwam. Toen ik bij het wisselpunt kwam, had ik het gevoel dat er iets niet klopte. Even diep nadenken en…. ja, mijn startnummer lag nog in de auto! Dus als de weerga naar de auto, startnummer opspelden en weer snel terug. Gelukkig nog op tijd stond ik te wachten tot Ronald de bocht om zou komen en ik het bandje van hem over kon nemen. We hadden afgesproken, dat de finishende loper bleef staan met zijn been met bandje vooruit en de startende loper zou knielen om het bandje wisselen. Het bandje afdoen bij Ronald ging nog goed, maar het bandje bij mezelf omdoen was dankzij de wedstijdspanning nog een hele opgave. Uiteindelijk zat hij toch en kon ik op weg voor mijn deel van 15 km. Met de vuurtoren acht kilometer verderop als richtpunt begon ik tegen de wind in te draven. Jos stond na het wisselpunt al met zijn fiets te wachten en reed naast of voor me uit. Dat was erg prettig, want vooral de begeleiders van de 60 km-lopers hielden weinig rekening met snellere lopers, die van achter kwamen. Regelmatig moest hij een waarschuwing roepen om ruimte te krijgen op het fietspad. De eerste acht kilometer ging pal tegen de wind door de heuvelachtige duinen richting de vuurtoren van Cocksdorp. Ondanks de wind en de duinen zat het tempo er door dit mooie gebied  lekker in. Na het keerpunt ging het langs de oostzijde van het eiland terug. Dit is duidelijk de minder mooie kant van het eiland.  Met de wind nu meestal in de rug kon ik het tempo van iets onder de 4 min/km lekker volhouden. Met de finish in zicht kon ik de laatste twee kilometer nog versnellen en kwam ik bij het wisselpunt, waar Sander het bandje van mij overnam.

 

---------------

 

Sander zet de navi op prins Hendrik en we tuffen rustig richting Wouter’s ontmoetingsplaats. Doordat we lekker zitten te keuvelen mis ik nog even een afslag. Op de plek aangekomen staat ook al het een en ander geparkeerd, dus moeten we iets verderop. Sander gooit wat extra ballast van zich af en krijgt nogal aandacht van twee dames, die achter ons geparkeerd staan in een kleine, zwarte auto. Ikzelf trek nog wat extra's aan, gooi Sander’s tas om mijn schouder en we wandelen naar het hotel, waar vlak voor de deur de chip weer overgegeven moet worden. Sander besluit alvast in te gaan lopen en doet dat in tegengestelde looprichting, zodat hij Henk misschien tegemoet komt. Fred is blij dat hij zijn skipak heeft aangetrokken en wij lopen verder richting hotel.

Voor het hotel langs zien we vele 60 km-lopers voorbij komen en moedigen zoveel mogelijk aan. Ook nog enkele estafettelopers van de groep, die een half uur eerder gestart was, komen langs en de snelste van onze eigen startgroep. Niet dat wij er wat mee opschieten, maar het is wel mooi om te zien hoe hard dat er aan toe gaat! Ik kijk achterom en vraag me af waar de Renault eigenlijk staat, die auto's lijken tegenwoordig allemaal op elkaar met die standaardkleuren, en de auto staat vrij ver weg, maar het zwarte autootje staat er nog.

Een tijdje later voegt Sander zich weer bij ons en geeft aan dat het wel goed gaat met Henk. Deze zien we even later ook langslopen en hij ziet er inderdaad nog redelijk fris uit en hij ligt nog op schema voor onder de 5 uur. Sander gooit zijn laatste spullen in de tas, die voor mijn voeten staat en gaat nog een beetje inlopen. Plots komt hij met een rotgang terug: 'ik ben mijn nummer vergeten, die ligt nog in de auto”. Shit, dat wordt rennen, want het zal niet zo lang meer duren, voordat Wouter er aan komt. Ik ren, voorzover je het nog rennen kunt noemen naar de auto, mijn benen voelen zwaar en ik cross langs de verkeersregelaars door het gras de kortste route naar de overkant. Als ik langs alle auto's ren weet ik dat ik naar de combinatie, zwarte auto/renault moet zoeken maar het is evengoed nog een eindje. Als ik eindelijk aankom, pak ik snel het nummer van de achterbank, deur dicht, auto op slot, omkeren en weer terug rennen. Je kunt dan de lopers langs de dijk aan zien komen en, aangezien ze voor de wind hebben, gaat dat ook nog met een redelijke snelheid. En, ja hoor, daar zie ik het shirtje van Wouter, snel, sneller, snelst naar Sander, ren bijna per ongeluk zelf richting mat, brul naar Sander dat Wouter er al aankomt en geef hem zijn nummer. Sander krijgt hulp van Rita en Moniek, die zijn nummer opspelden (3 is ditmaal genoeg) en vlak voordat Wouter aanstormt, staat Sander klaar.

Poe, hé! Dat was ook wat, Sander racet er met een rotgang van door en wij lopen maar weer richting de auto. Nu is het Wouter’s beurt om wat warmers aan te trekken en daarna stappen we gedrieënlijk weer in de auto, de navi op het einddoel en zo rijden we richting de finish.

 

 

De vierde etappe, Sander:

 

De laatste etappe lopen is lastig. Je bent de hele dag onderweg, auto in en uit. (Gelukkig waren we met de auto, want dan hoef je niet op de bus te wachten.) En dat een keer of 4. Beetje eten, lopers aanmoedigen en weer wachten. Maar eindelijk kon ik lekker warm lopen. Ik wist dat Snelle Henkie er aan moest komen. Dus die ben ik die tegemoet gaan lopen. Het ging goed met Henk. Dat was lekker want hij moest nog een kilometer of 17. 

Na uren gewacht te hebben ben ik eindelijk klaar om te starten; in de verte zag ik Wouter al aan komen. Nog 1 minuut en dan knallen. Maar op dat ogenblik schrok ik: mijn startnummer ligt nog in de auto! Ronald sprintte met zijn vermoeide lijf naar de auto om het startnummer te halen. Met behulp van Rita, Amber, Moniek en Jacqueline mijn startnummer opgespeld. En 2 seconden later kwam Wouter. De adrenaline gierde door mijn lichaam. Ik knalde weg. Eerste kilometer in 3.20, veel te snel. Maar ik had lekker de wind in de rug. 

Jos fietste de route ook met mij mee, dat was wel lekker. De kleine tips. En je wil niet inzakken qua tempo. Al snel haalde ik Erik vd B in en hij zei tegen Jos, dat het niet best ging. 

Het lopen met mij ging goed. Een snelle 5 km. Maar het tempo nam wel wat af. In een dorpje hoorde ik ineens mijn naam. Op een terras zaten Joop en Inge. Altijd leuk, een onverwachte aanmoediging. Na ongeveer een half uur lopen zag ik Henk. Hij wandelde, daar baalde ik van. Hij ging zo lekker. Maar 60 kilometer is ook echt een klere-eind. 

Ondertussen had ik het zwaar, de wind in mijn rug viel toch tegen. Ik had wat last van mijn hamstring en ik wist dat het doel van onder het uur lastig ging worden.

Bij de haven van Oude Schild reed Jos nog steeds voor mij. Dat was lekker, want hier liepen en fietsten toch wel wat toeristen en die kon hij mooi waarschuwen.

Voorbij Oude Schild had ik de wind tegen, het doel was nu zeker onmogelijk. De kilometertijd was nu 4 minuten. Ik was kapot, maar ik rook de finish. Het laatste stuk is dan wel lekker. Nog even een sprint eruit persen. 1.02 uur. Helemaal op. Nu was ik helemaal blij dat we met de auto waren, konden we mooi gelijk naar huis. Ik wilde mijn tas pakken, maar die waren de jongens door de consternatie bij het wisselen vergeten. Dus in de auto op naar het 3de wisselpunt, daar was het inmiddels uitgestorven. Er stond nog één ding en dat was mijn tas. 

Eindstand 6e plek in een tijd van 4.07.44. 

Misschien over 2 jaar weer proberen. Wie weet, halen we de 4 uur dan wel, maar dan loop ik niet de laatste etappe.

 

---------------

 

Aangekomen bij de finish vinden we nog net een van de laatste plekjes en togen naar de Stayokay om toch alvast maar een biertje te nemen. Ondanks de kou kunnen we lekker van het zonnetje genieten en nu is het afwachten, wat Sander nog kan. Ondertussen is het een komen en gaan van lopers, die de finishlijn gehaald hebben. We gaan in de buurt van de finish op de verhoging staan en zien onze strijder van het laatste uur binnen komen, die de 16,8 km (inclusief chipwissel) in 1:02:19 heeft afgelegd. Oké, hij had voor de wind, maar wel een pr op de 5km, de 15km en de 16 km.

We gaan snel naar de plek waar de lopers binnenkomen en ik zie ondertussen de snelste vrouw binnen komen in 5:08:57. Ik denk nog aan de chip, die ingeleverd moet worden, maar opeens krijg ik een raar gevoel over me. Sander wil graag snel naar de auto om warmere kleren aan te trekken en ik vraag Fred en Wouter of zij zijn tas mee hebben genomen. Niet natuurlijk, want die zijn we in de heisa rond het nummer gewoon vergeten. Gelukkig liggen er nog wat spullen van Sander in de auto en daarna rijden we maar snel terug naar prins Hendrik om te kijken of de tas er nog staat. Onderweg komen we nog veel strijders tegen, die de met hun laatste kilometers bezig zijn. Als we dan aankomen, staat Sander’s tas nog precies, waar we hem achtergelaten hebben.

Nu we toch in de auto zitten en er klaar mee zijn, besluiten we om maar meteen naar de boot te rijden en terug richting vasteland te gaan. Eenmaal op de boot nemen we een lekker biertje na en proosten we op de dag. Dan zegt Sander opeens, dat hij zijn chip nog om heeft. We moeten lachen om wat er al gebeurd is en dit past er mooi bij.

 

Met dank aan:

 

Theo Q, onze reserve.

Theo van V, voor het vrij houden van het poortje bij de Slufter.

Silvia, voor de mooie foto's en collage.

Moniek, Rita, Amber en Jacqueline voor het opspelden van Sander’s nummer.

Rita en Theo voor nog enkele mooie foto's.

Alle Loopgroepers en bekenden voor de gezelligheid, de aanmoedigingen en de mooie dag!

Organisatie voor het mooie evenement.

Ultraned.org voor informatie over Jan Knippenberg.

En last but sure not least, wijlen Jan Knippenberg voor deze mooie loop!

 

Ronald Tromp

 

 

disclaimer - Webdesign by Ferdy