Laugavegur ultra maraþon (vervolg)


 

Maanden van ondraaglijke spanning zijn voor jullie bijna voorbij! Hoe zou het verder gaan met de barre IJslandtrail. Heeft Snelle Henkie de overkant van de Bláfjallakvísl gehaald of is hij roemloos ten ondergegaan in het koude gletsjerwater?

Goed, nu weer even serieus! We waren dus gebleven bij de Bláfjallakvísl. Ik liep de rivier in en de stroomsnelheid van het water viel mij mee. Maar tegen de tijd dat ik de andere kant bereikt had, begonnen mijn benen behoorlijk pijn te doen van het koude water! Aan de andere kant gekomen trof ik een hele rij bontgekleurde rugtassen aan; ze waren neergezet op startnummervolgorde en ik vond de mijne snel.

Maar dan… Ik had (ondanks dat ik drijfnat was door rivier en regen) geen zin om zomaar op de kletsnatte ondergrond te gaan zitten. Bovendien had ik natuurlijk al 27 kilometer in de benen! Om mij heen kijkend zag ik een trailer staan, waarin een paar klapstoeltjes stonden (die waren door de andere “trailers” nog niet ontdekt! Pakken, opzetten en zitten. Volgende uitdaging: met je ijskoude en totaal verkleumde vingers oncontroleerbaar bibberend drie knopen uit je veters zien te halen! Elke keer dat ik me bukte om aan het karwei te beginnen, schoot de kramp in mijn bovenbenen! Maar goed, ook hier geldt: de aanhouder (of doorzetter!) wint. Schoenen uit, gevolgd door de sokken, natte tight, etc. Ook een leuke: hebben jullie weleens geprobeerd vaseline die al een paar uur in een koude omgeving staan, tussen je tenen te smeren? Is echt een leuke, dat spul is dan net beton; maar ook dat lukte enigszins (op advies van Ellen Engelse ook mijn hielen van een beetje vaseline voorzien) en toen de droge sokken en de rest weer aan met als laatste de droge schoenen. En elke keer schoot de kramp er weer in! Maar goed, Snelle Henkie was weer het heertje! ?

Totaal aan tijdverlies: zeker 16 minuten; ga ik dat nog een keer zo doen? Nee! Totaal zinloos, want een paar kilometer nadat ik weer was gaan lopen, kreeg ik weer een rivierdoorsteek voor “mijn kiezen”, net iets te breed en net iets te diep om droge voeten te houden! Handig hoor, als je met een paar stappen een drijfnatte en ijskoude voeten krijgt! En zo volgden nog wel meer van dat soort kleine “river crossings”.

Toch voelde het wel lekker, die droge en relatief warme kleren! Maar daar had moeder natuur wel een oplossing voor: meer regen plus, zoals gezegd, rivierdoorsteken!

Bij elke stop veegde ik met een tissue mijn bril droog, tot ik het pakje in een onbewaakt ogenblik verloor en de enige optie om de regen van mijn bril te krijgen, bestond uit de regen van mijn brillenglazen te blazen. Voordeel: meeste regen weg; nadeel: een door de warmte van je adem veroorzaakte mist, waar het KNMI een weeralarm voor zou afgeven! ?

De troosteloze vlakte van voor de Bláfjallakvísl werd na de passage van deze gletsjerrivier voortgezet, maar gelukkig liepen wij van tijd tot tijd op een “jeeptrack”, wat een welkome afwisseling was van de soms zeer slecht begaanbare “geitenpaadjes”!

Ik had inmiddels al een paar keer geput uit mijn liter kokoswater (voor een uitleg over waarom ik nou speciaal voor kokoswater heb gekozen als sportdrank, verwijs ik jullie graag naar mijn “korte” verhaaltje over de 60 van Texel solo; hebben jullie dit clubblad niet meer, maar je wilt toch graag de uitleg, mail mij dan even en ik geef de verklaring).

Ik wilde eerst de bij mijn “trailrugzakje” (mooi ding, kostte inclusief dromedarisbag net over de € 30,00) geleverde camelbag vullen met het kokoswater, maar zag daar op het laatst toch maar vanaf vanwege mijn gebrek aan ervaring in het gebruik hiervan en omdat het kostbare ruimte innam.

Koos in plaats daarvan voor twee halve literflesjes water: water eruit, kokos erin; de flesjes pasten mooi aan beide zijkanten. Nadeel was wel, dat ik om te drinken nu eerst mijn rugtas af moest gespen, maar goed: daar benutte ik de wandelpauzes voor!

Het leuke was, dat je van tijd tot tijd een dialoogje had met een andere loper c.q. loopster. Ze kwamen echt uit alle windstreken, bijvoorbeeld: Canada, Frankrijk, Amerika en met mezelf inbegrepen wel vijf Nederlanders. Ook wordt je soms toegejuicht door de “gewone” backpackers, die, zoals ik in deel één al aangaf, de route in 4(!) dagen lopen.

Ik denk dat het rond de 35 km was, toen ik kramp kreeg in dezelfde spier als 2 kilometer voor Oudeschild tijdens de 60 van Texel solo. Dat het nu eerder kwam, is, denk ik, omdat mijn spieren hier in een kortere tijd meer op hun donder kregen (kou, veel klim en daalwerk) dan dat op Texel het geval was. Dus (noodgedwongen) even stoppen, wandelen en dan weer voorzichtig gaan hardlopen. Het was op dat punt ook weer wat klimmen geblazen, dus wat rustiger! Na dit klimmetje volgde weer een lange, troosteloze laagvlakte waar ik zowat moederziel alleen overheen liep. Hier waren stukken dat je tussen vrij grote rotsblokken moest stappen, zodat je écht goed moest opletten, waar je je voeten zette; mijn al zeker vier keer redelijk verzwikte linkervoet kreeg hier ook nog een paar keer flink op z’n sodemieter!

Vervolgens kwam ik weer bij een rotspartij, waar ik echt, met de toestand waar mijn spieren zich nu in bevonden, heel voorzichtig moest afdalen. Ik kreeg hier een licht “hongergevoel” en besloot de zoute pinda’s aan te spreken, die Marianne had meegegeven (volgens haar vulden de zoute pinda’s de mineralen, etc. aan die niet in kokoswater zaten, plus dat het zout een goede aanvulling was voor het zout dat ik uitzweette). Dat ik al aardig moe was (en er ook best wel behoorlijk doorheen zat) kon ik duidelijk merken aan hoe ik de pinda’s at: ik gooide ze richting mijn mond en het moge duidelijk zijn, dat menige pinda in het stof beet!

Na 4 uur en 55 minuten lopen passeerde ik de derde hut bij Emstrur. Ook hier noteerde men je startnummer, waardoor je niet hoefde te tekenen (zie deel één waarom je je moest melden). Het was met mijn verkleumde hand toch een handtekening van niets geworden, denk ik.

Onder een afdakje eet ik hier een paar stukjes chocola en drink ik wederom wat kokosmelk. Dan maar weer met frisse tegenzin aan de bak! Het daalt hier behoorlijk, maar er zitten toch ook behoorlijk pittige heuvels tussen. De afdaling van één van deze heuvels is zelfs alleen maar mogelijk via een aan een rots bevestigde ketting met daar weer aan vast een lang stuk touw. Hier kwam ik Andy (zie deel één) weer tegen en hebben wij van elkaar een foto gemaakt. Om een indruk te geven van de moeilijkheidsgraad van deze afdaling heb ik een foto gemaakt van een afdalende IJslandse loopster.

Weer een klein riviertje over en dan weer een behoorlijke beklimming, het houdt niet op! Ik zit er meer en meer doorheen! Maar ik zie dat anderen het ook moeilijk hebben. Wanneer komt nou eindelijk eens die laatste snelstromende, ijskoude door te waden rivier nou eens! Eindelijk bij het bereiken van de zoveelste heuvel/bergtop, zie ik beneden in de verte de rivier þröngá.

Maar dan is het nog wel even lopen, voor je daar bent (zoals ik al eerder schreef, kun je op IJsland heel ver kijken, zelfs als het weer wat minder is, zoals vandaag!).

Afdalen dus, maar niet te snel: auw, auw! Ik nader de rivieren, zie een paar backpackers naar een geschikte oversteekplaats zoeken. Ik ga recht naar het speciaal voor de deelnemers aan de trail bevestigde touw en pak het stevig beet!

Oei, deze rivier stroomt nog sneller dan de Bláfjallakvísl! Hij is wat minder diep dan voornoemde rivier, maar toch! Ik kan moeilijk blijven staan en ik voel de druk van het water tegen de zijkant van mijn benen! Ik besluit daarop mijn lichaam een kwartslag te draaien, zodat ik met mijn gezicht stroomopwaarts kijk; mijn benen zijn zo wat meer gestroomlijnd. Dat helpt! Vrij snel ben ik aan de overkant, waar de laatste vijf kilometer van deze beproeving wachten!

Vlak na de rivier is er nog een verversingspost, waar ik nog wat chocola eet. Dan is het afwisselend hardlopen en wandelen; ik kan echt niet meer! Een deel van het aanwezige publiek roept nog 5 minuten en een ander deel 10 minuten. “Mooi”, zegt een Canadese loopster, “nog vijf minuten!” Waarop ik zeg: “Die anderen zeggen nog 10 minuten!” Waarop zij zegt: “I go for the five minutes, the other one is lying!”

Ik vraag haar waarom ze hier in de bergen loopt, terwijl zij in Canada toch ook aardige bergen hebben! Haar laconieke antwoord: “That’s five hours flying!” Oh ja, Canada was “iets” groter dan Nederland. ? Maar ook haar moet ik nog net laten gaan!

Sinds de laatste rivierdoorsteek loop ik door veel bosschages, struiken en kleine bomen, echt een schitterend gebied! Voor een hek moet ik linksaf, het kan nu toch echt niet ver meer zijn! En ja, daar is ie dan: de finish is in zicht!!!! Word ik zowaar nog emotioneel ook, ik stamel: “Ik ben er!” Ik weet toch nog een loper voor te blijven en finish in de ongelooflijk snelle tijd van 7:38:11! Als ik eerlijk zou zijn, dan schreef ik: “En finish in de voor mij teleurstellende tijd van…”

Maar goed, zoals ik op de terugreis van mijn IJslandse buurman hoorde, was deze editie qua weer de slechtste sinds 2006 en lag er extreem veel sneeuw (8 km)! Dat zegt wel wat! Het was sowieso ook voor IJslandse begrippen een slechte zomer!

Ondanks het feit, dat ik niet de 6 of 6,5 uur had gelopen, die ik in gedachten had (of was dat in mijn fantasie?), was ik toch dolblij! Ik krijg een lekker warme fleece deken om (wel iets anders als het stuk plastic of aluminium, dat je in Nederland soms bij de finish krijgt na Egmond of de Marathon van Amsterdam). In een tent laat ik me in een stoel zakken en geniet van wat sinaasappelpartjes en een beker warme chocolademelk.

Daarna ga ik mijn tas zoeken om van een heerlijke en welverdiende warme douche te genieten! De damesdouches zijn binnen en de herendouches buiten(!). Ik vind een bankie, eveneens in de buitenlucht(!) en zet daar mijn tas op. Haal mijn badslippers en droge(!) bootschoenen eruit en kleed mezelf uit! Door het opnieuw de kop opgestoken oncontroleerbare bibberen val ik bijna ruggelings in een volkomen met alg begroeid klein soort zwembadje. Ik denk dat het de hottub was, waarover de organisatie op hun website sprak. Het loopt gelukkig goed af! 

Naast het bankje stond een soort sauna, waar ik allemaal mannen op een rijtje zag zitten (het leken wel kippen in een legbatterij!). Ik liep door naar iets dat op de doucheversie leek van het Nederlandse plaskruis. Bibberend ging ik onder het (gelukkig wel lekker warme) water staan. Lang genieten van dit lekker warme water kon ik niet, want de wind gierde vrolijk dwars door het douchekruis heen, resulterend in een voortzetting van het hevige gebibber! Heel snel haren wassen en inzepen (jongeheer overgeslagen, want die kon ik niet meer vinden ?). Afspoelen en naar mijn handdoek en kleren toe! Afdrogen en aankleden, het ging allemaal even moeizaam en pijnlijk! Schoot ook nog eens mijn linkerkuit in een erg pijnlijke kramp (wat doet zoiets toch pijn!); het kostte aardig wat moeite mijn kuit uit die kramptoestand te krijgen.

Maar eindelijk had ik alle droge kleren en schoenen aan en ging ik richting eten; daar was ik wel aan toe na het verbranden van zo’n slordige 5100 calorieën! Ook daar was het wachten, omdat het vlees net op was! Maar toen had ik ook een goed bord eten: lekker mals vlees met iets van salade erbij. Marianne ge-sms’t dat ik het gehaald had en bij het eten het restant van het kokoswater opgedronken. 

Ik had inmiddels het (al betaalde) buskaartje voor de terugreis naar Reykjavík gehaald en zou met de laatste bus terugreizen. We vertrokken net iets na 20:00 uur en onderweg moest de bus een paar (soms grote) rivierdoorsteken maken! Na heel wat gestuiter bereikten wij de ringweg (nr. 1) en hadden we weer asfalt onder de banden. Na een korte stop in het plaatsje Selfoss, waar een aantal lopers/loopsters de bus verlieten, reden we door. De (wat oudere) bus had moeite met de steile hellingen vlak voor Reykjavík en daardoor stonden wij een paar keer stil op de vluchtstrook. Maar eindelijk (na een rit van drie uur) stonden we om 23:00 uur weer voor de ijsschaatsbaan, waar ik (het leek wel een eeuwigheid!) ’s ochtends om 4:30 uur vertrokken was: 18,5 uur in touw!

Ik nam afscheid van mijn “busbuurman” en wandelde terug naar de camping. Bij het omslaan van de hoek keek ik nog even weemoedig om, deze dag had mij behoorlijk aangegrepen! Wat ’s ochtends een klein stukje scheen, leek nu wel een marathon! (Dit laatste is “iets” overdreven ?). Maar zo ongelooflijk moe voelde mijn lichaam dus aan! Ook had ik 2 paar drijfnatte schoenen en dito kleren.

Ik kwam bij de tent, gooide alle zooi erin en ging mijn tanden poetsen. Regelmatige lezers van mijn loopervaringen weten dat zo’n mooie dag wordt afgesloten met een lekker oud… (zeg het maar Ronald! ?).

Net als op Texel dacht ik onder het lopen: “Dit nooit weer!” Maar net als op Texel, dacht ik net na de finish: “Over twee jaar weer!” En hier was mijn gevoel eigenlijk niet anders! Ik heb ongelooflijk moeten afzien (dit was zondermeer tot nu toe mijn zwaarste beproeving, die ik ooit heb moeten doorstaan) en zat er – zeker aan het eind – meer dan goed doorheen, maar ik heb inmiddels besloten om dit avontuur over twee jaar te herhalen, al is het alleen maar om een uurtje van die 7:38 af te halen! Ik zal dan wel meer op klimmen moeten trainen in Schoorl en de Ardennen. Ook moet ik eerst flink gaan sparen, want deze loop is beslist niet goedkoop (ongeveer € 365,00)!

 

 

Naschrift: Ik dacht dat ik na die dag nog een overnachting op deze camping zou hebben, omdat ik dacht dat ik misschien wel helemaal niet zou kunnen lopen, maar toen ik opstond, had ik eigenlijk nergens last van, alleen van mijn linkervoet (door de vier zwikkingen); ook heb ik nog een kleine week last gehad van de plek net boven beide knieën. Dit is veroorzaakt door het veelvuldig af moeten remmen tijdens de vele afdalingen.

Wil je eens een echte uitdaging aangaan in een sprookjesachtig mooi landschap, schrijf je dan in voor de Laugavegur ultra maraþon!

 

 

 

Kveðja,

 

Snelle Henkie

 

 
disclaimer - Webdesign by Ferdy